Roef heeft dyslexie. Hij heeft dan ook een hekel aan lezen. Veel liever is hij met zijn handen bezig en hij doet zelfs mee aan een ontwerpwedstrijd. Wanneer zijn score op de OMNI-toets te laag is om naar het gymnasium te gaan, wat Roefs ouders graag zien, wordt hij in de zomervakantie naar Hotel De Spartaan gestuurd. Deze plek biedt volgens de reclame een stimulerende omgeving zonder schermpjes, de hersenen van kinderen zouden er floreren door een speciaal activiteitenprogramma en als klap op de vuurpijl mogen gasten aan het eind van hun verblijf de OMNI-toets overdoen, die bepaalt naar welke middelbare school je gaat. Al snel blijkt dat Fausto, de eigenaar van De Spartaan, er wel heel eigenaardige ideeën op nahoudt om de kinderen aan de vaardigheden te laten werken die van pas komen bij het overdoen van de toets.
Schrijfster Lizette de Koning weet komedie, avontuur en spanning overtuigend samen te brengen in Hotel De Spartaan (Ploegsma, 9+). Het boek leest als een trein en Roef is een sympathiek hoofdpersonage: een jongen die niet kan en wil voldoen aan de verwachtingen van zijn ouders, omdat hij slim is met zijn handen en niet zozeer met het hoofd zoals zijn moeder die politiek actief is. Roefs ouders komen pas aan het eind van het verhaal tot het besef dat ze het verkeerd gezien hebben en dat ze hun zoon nooit naar Hotel De Spartaan hadden moeten sturen. De onderliggende boodschap voor ouders om het kind zelf te laten bepalen met welke kwaliteiten of talent het verder wil in het leven is niet mis te verstaan. Zeer vermakelijk boek dat tot de harten zal spreken van lezers in groep 6, 7 en 8 po. In de Top40 Kinderboeken van maart bezet Hotel De Spartaan de zesde plek.

